Tahrir, Babel en weerloosheid

Pinksteren 2012, Keizersgrachtkerk, Amsterdam, met als gast Rifat Kassis van Defence for Children Palestine

Lieve mensen,

Ik begin met een verhaal over Egypte. Op het gevaar af dat u denkt: heb je haar weer met d’r Midden Oosten. Het is ook zo, ik heb er iets mee. Sommigen van u ook. En ik koester de hoop, zeker nu Rifat in ons midden is, dat het wederzijds is. Bovendien: Soms zie je dingen scherper weg van huis, waar de geuren en kleuren anders zijn.

Naar Cairo neem ik u eerst mee, ik was er drie weken geleden. Jonge mensen ontmoette ik, met verhalen over het Tahrir-plein, waar ze een dik jaar geleden dagen en nachten of weken verbleven, en nog steeds vol van zijn. Ondanks verkiezingen die zeker nog niet zomaar leiden tot de vrijheid en gelijkheid die ze voor ogen hadden. En toch nog steeds dat vuur in hun ogen.

Omdat die jonge mensen dwazen zijn? Die indruk had ik niet. Wel dat ze een ervaring hadden opgedaan van overgave. Dat er op dat enorme plein een saamhorigheid was die ze niet eerder hadden meegemaakt, en waar ze zich niet aan konden onttrekken. Er was iets belangrijker dan baan, orde van de dag, en misschien zelfs wel leven: Egypte. En dan niet Egypte zoals het is in de hoofden van machtswellustelingen, maar het Egypte dat bestaat uit mensen, zoals die op dat plein, die niet langer onderdrukt en gepiepeld wilden worden, maar hun leven in eigen hand wilden nemen.

Een eenheid die verre van vanzelfsprekend was, want de kloof tussen man/vrouw, christen/moslim, rijk/arm in Egypte is vaak uitgebuit, en is diep. De eenheid was niet de waangedachte dat ze allemaal hetzelfde waren. Het was de ontdekking dat verschillen verbinding niet in de weg staan. Dat er verbinding is in het verlangen naar vrijheid en waardigheid, en dus deelden ze eten, beschermden elkaar, weerstonden geweld.

Hoe nu van deze geestige, enthousiaste Egyptenaren naar de teksten?

Dat waren er drie, maar liefst: Pinksteren, Babel en een gedicht. De teksten cirkelt het rond verschillen tussen mensen. Zit daarin de vreugde van het leven, of het gevaar? Geven we ons over aan de bonte, onzekere mengeling die het leven is, of beveiligen we ons tegen alle gevaren die ons bedreigen? Over overgave, kwetsbaarheid gaat het dus.

Even, hoor: ben jij er goed in? Ik niet per se. Zit u er op te wachten? Ook niet per se. Er moet wel wat gebeuren voor wij tot overgave komen. Niet omdat we het niet zouden willen, denk ik, want ieder voor zich is niet leuk, maar eenzaam, daar in je eentje, boven op de duikplank, je gedachten en ideeen alleen aan jou bekend. De dingen gaan stromen als je deelt. Als je durft. Je openstelt. Maar aan die sprong gaat grote angst vooraf, want je bent nogal kwetsbaar, in je zwembroekje, met kippevel.

Minstens zo sterk als onze drang naar delen, mededeelzaamheid, en naar samen, is die naar veiligheid. Het woord crisis dat tegenwoordig overal opduikt helpt niet. Het maakt ons beducht en oppassend, eerder stram, geneigd de luikjes te sluiten en een muur op te trekken, zodat we vast veilig zijn, in plaats van de weg van de overgave.

Dan zijn we in Babel. Die toren is angst, onvermogen om te gaan met verschil.

Ik stel me zo voor dat de auteur van het verhaal om zich heen keek, onbegrip en verdeeldheid zag, geitreiter en geruzie dat inderdaad in deze wereld vaak voortkomt uit verschil en dacht: het zou toch allemaal beter gaan als iedereen wat meer hetzelfde was. Hij ging er eens voor zitten en stelde zich voor dat het, inderdaad, ooit, eens, vroeger toen alles nog goed was en de jeugd nog opstond in de bus, anders was. En wel zo, dat iedereen dezelfde taal sprak. Een paradijs van eenheid. Een visioen dus van een mens die verschillen tussen mensen als dreiging voelt. Gek is het niet, want inderdaad:

Zou het niet beter gaan als alle neuzen dezelfde kant op staan? Als iedereen hetzelfde denkt, voelt, reageert. Dus exit alles wat afwijkt. Ja, heel eng, als je erover nadenkt, maar is het niet vaak zo in relaties, in vriendschappen dat we ons vooral begrepen willen voelen, niet raar, niet afwijkend, maar veilig, hetzelfde? Zodat we onze al te afwijkende oprispingen maar binnen houden?

Daarom die toren, die ze bouwen zodat ze niet verspreid en verdeeld raken. Een toren die staat voor een zoektocht naar absolute veiligheid, bouwen tot je onkwetsbaar bent. Tot in de hemel. Een onkwetsbaar machtsblok. Dat evengoed angstig van zich af bijt, daar kun je van op aan. Egyptenaren onder de knoet van Mubarak, Rifat en andere Palestijnen ons van vertellen. In Israel is ‘security’ de nationale mantra, en de Palestijnen zitten opgesloten, achter muren, in gevangenissen.

Het is streven dat de menselijke maat uit het oog verliest, zoiets als de droom van oneindige economische groei, of van een supermacht die zo sterk is, dat oorlog verder onnodig is- behalve de oorlogen die ze zelf begint. Als je een stapje terug doet en het eens rustig overziet, snap je dat die toren ons niet gaat brengen wat we werkelijk willen: waardigheid, vrijheid. Vrijheid is jezelf kunnen zijn, niet hetzelfde moeten zijn. Zo’n droom maakt ons tot slaven, die zich afvragen of de toren niet toch nog wat hoger moet, zodat we echt veilig zijn.

God steekt er een stokje voor, zoals de Eeuwige in Genesis in dergelijke gevallen doet, bij de appel en de slang bijvoorbeeld. Ook daar wordt dat ingrijpen gepresenteerd als een straf, ben je helemaal, niet van de boom van kennis van goed en kwaad!, vort, ’t paradijs uit! Maar die twee verhalen kun je ook lezen als een verhalen van volwassenworden. Zonder kennis geen keuze. En zonder overgave, zonder kwetsbaarheid? Een onmenselijke wereld waar veiligheid boven alles gaat en speelsheid is verdwenen. Maar hoe het dan wel moet, omgaan met verschil, weet de auteur van dit verhaal ook niet helemaal. Het is een verhaal met een rafelig, open einde, hoe moet het verder, met die mensen verstrooid en verward over de aarde verspreid?

Dat is waar het Pinksterverhaal de draad oppakt. Dat is de lol van traditie. Eigenlijk een soort facebook, met eeuwenoude berichten waar steeds weer nieuwe mensen op reageren.

Onzin, zegt dat Pinksterverhaal tegen Babel over de gedachte dat verschil vooral gevaarlijk is en beter uitgebannen kan worden. Het goede nieuws: we zijn een bonte mengeling, ieder met z’n eigen rare, gekke, fijne dingen. Daar zit creativiteit, lol, plezier. En er zit nog een laag onder waar we elkaar vinden: het verlangen te leven in waardigheid en vrijheid.

Daarmee is de zaak niet afgehandeld. Die andere verleiding, van het torensbouwen, onszelf onkwetsbaar maken, pantsers in plaats van overgave, is groot. Het is niet: één keer van de duikplank, en dan heb je het te pakken. De traditie brengt ons telkens, jaarlijks, naar die duikplank. Probeert ons dat water in te verleiden. Om niet de botte bijl, maar creativiteit te kiezen. Geen stemverheffing, maar poëzie, gedeelde taal. Niet allemaal in het midden, maar naar de rafelige grenzen, niet navelstaren, maar vergezichten.

Een pleidooi voor overgave en kwetsbaarheid in de week waarin Robert M. berecht is.

Anders dan voor ons volwassenen is voor kinderen kwetsbaarheid geen keuze, maar een staat van zijn. Daar voelen we als mensen, als ouders, hoe kwetsbaar we zijn. Dus is het niet gek dat ouders geneigd zijn beschermende muren op te trekken rond hun kinderen en dat pedofielen genadeloos buiten de samenleving worden gekieperd.

Ja, we zijn kwetsbaar. En we zijn ook allemaal wel eens gekwetst, sommigen hevig, en we weten dat dat pijn doet, soms onherstelbaar is. Het kan maken dat we niet meer argeloos durven zijn, pantsers optrekken.

En toch… Denken we dan dat de hufter overwint, om met Oosterhuis te spreken?

Alles van waarde is weerloos.
Er is geen shortcut. Geen weg die kwetsbaarheid omzeilt en toch tot overgave leidt- bevrijding van angst, de zucht naar absolute veiligheid. Er is geen toren van Babel te bouwen zo hoog dat we ons werkelijk volledig veilig voelen. Aan dat bouwen is geen einde, en geen einde is er aan wat ons kan bedreigen. En kwetsbaar zijn we juist wel als we ons teweer stellen tegen de torens van Babel. Vraag het Rifat. De hongerstakers in Israëlische gevangenissen. Jezus, wiens overgave aan het leven leidde tot de dood.
En toch, paradoxaal genoeg, daar is het leven. In overgave. Je teweer stellen tegen de torens. Geloven in het leven, dat raadselachtig en veelzijdig is, prachtig. En waar we niet met lege handen staan toe te kijken, maar met onze diversiteit aan gaven, uitgenodigd om nu juist te doen wat jou tot en de ander tot vrijheid brengt. We staan niet met lege handen in de verwarrende wereld.

Angst, tussen ons en een leven van overgave, is iets dat we allemaal delen, en het is iets dat we in kleinere of grotere stappen kunnen overwinnen. Wie volwassen is, kan kiezen kwetsbaar te zijn. Toe maar, spring maar, geef je over, het water is fris en koel en vangt je op.

Amen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *