Big Data God

David van Reybrouck heeft gezegd dat in ieder mens een Corsicaans bergdorp met ruzie schuilt. Inderdaad, we zijn niet eenstemmig of eenduidig. Ik zeg: we zijn chaos, en we proberen onszelf met zoekvragen te voorschijn te roepen: wie ben ik? Hou ik van jou?

Bij zo’n veelkoppig monster als Big Data –dat beschikt over alle informatie, dat de toekomst kan voorspellen, en zelfs beinvloeden – kom je al gauw uit bij een religie zoals het Christendom.

Lange tijd was God – over haar weet ik als theoloog overigens net zo veel of weinig als jullie – de ongekroonde koningin van de Big Data. Almachtig en alwetend.

Dat perspectief op God leidde tot het idee van predestinatie. Het gaat om deze vraag: wat is de verhouding tussen de almachtige Big Data God en de kleine voortscharrelende mens? Is er nog ruimte voor zoiets als vrije wil?

Tussen twee haakjes: in mijn ervaring is vrije wil een ongelooflijk weerbarstig concept. Op heldere momenten zie ik ongeveer 51 verschillende factoren die mijn zogenaamde vrije keuzes sturen, en die vaak tegenstrijdig zijn.

Predestinatie is de oplossing die de minste ruimte laat voor menselijke vrijheid. God heeft besloten tot de schepping, en tot de bestemming van iedere mens. Al in de moederschoot had God er weet van hoe het zou lopen met je leven. En, en daar gaat het natuurlijk om: hoe het af zou lopen. Je bent uitverkoren of verloren. De hemel of de hel.

Waarom zou je dan je bed nog uit komen? Het leven met z’n chaos, rompslomp, valkuilen en extase is grotendeels buitenspel gezet. Het gaat om de uitkomst, die bovendien tevoren al vast staat. Je krijgt er angstige mensen van, die zich hun leven lang afvragen of God hen nu heeft uitverkoren of niet.

Anders dan God heeft Big Data geen masterplan. Die ongelooflijke berg data is nog niks, is vormloos, chaos. ‘Data doesn’t want to make converts’, anders dan sommige christenen. Data wordt pas iets als er een zoekvraag op wordt losgelaten. In het extreme geval, als de verkeerde machten de vragen stellen, kan Big Data leiden tot een wereld zo apathisch en saai als die van predestinatie kan zijn. Mensen bestaan allen nog in hun data.

Maar dat hoeft nog helemaal niet. Ik heb er sowieso een hekel aan als theologen een mensbeeld bekritiseren waar we eerst zelf aan hebben meegeholpen – dat van de mens die teruggebracht kan worden tot een esssentie, wel of niet gered, in het geval van predestinatie.

Liever zeg ik iets over mijn eigen mensbeeld.

Wij zijn een mysterie. Wij zijn niet terug te brengen tot een essentie.

Ik besta ook in wat ik niet zeg, en niet eens durf te denken. Ik ben ook in nietsdoen, ook in wat ik niet doe.

Ik besta niet alleen in wie ik liefheb, maar ook in naar wie ik verlang. Ik ben niet alleen mijn data, ik ben ook dit lichaam, dat aarzelt, struikelt, zich inhoudt, zich vergist, herstelt, op nieuwe gedachten komt.

Ik ben ook de sappen die ik uitscheid, bloed, zweet, vocht, tranen. Ik ben ook in de ruimte tussen mijn gedachten.

Levenslust bestaat bij de gratie van onzekerheid, chaos, angst. Niet bij opslaan en kopieren, wel bij onderbreking en verzet. Daarom is kunst zo belangrijk: art is disruption. (Religie trouwens ook – toegegeven, dat is niet altijd zo zichtbaar.)

In de woorden van Aurelius Augustinus, de Berber en kerkvader: ‘Bemin, en doe verder wat je wilt.’

Bij de Datafestatie: van Dada naar Data op 20 december 2016 in Felix Meritis 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *